De opbrengst van vier jaar

De Bouwagenda is opgericht om in een periode van vier jaar de weg te vinden en te plaveien naar een grootschalige verduurzaming van de “gebouwde omgeving”. Dit als een van de gevolgen van het politieke besluit om de CO2-uitstoot in 2050 tot bijna nul te reduceren (het verdrag van Parijs). Nu deze vier jaren verstreken zijn, is het tijd om de balans op te maken. Wat is bereikt? Wat is (nog) niet gelukt?

Terugblik van Bernard Wientjes

Ook leuk om te lezen

Link naar artikel
Link naar artikel

Partners

Onze kernopdracht was om te onderzoeken wat er nodig is om de enorme opgave te realiseren om 8 miljoen gebouwen CO2-neutraal te maken, onze infrastructuur te verduurzamen en de bouweconomie circulair te maken voor 2050. Om deze doelstelling te bereiken was niet meer en niet minder dan een revolutie noodzakelijk. Een revolutie in de bouw- en techniek-ondernemingen, een revolutie bij de overheid en een revolutie in de kenniswereld. Het gaat immers om het verduurzamen van gemiddeld duizend woningen per dag en om het vernieuwen van duizenden bruggen en sluizen om het doel te halen.

 

De vraag aan de Bouwagenda was: ‘Wat is er aan faciliteiten en regelgeving nodig om in 2050 klaar te zijn?’ We hebben, om die vraag te beantwoorden, de enorme opgave opgeknipt in deelonderwerpen, in Roadmaps en in Thema’s als digitalisering, innovatie, circulariteit en aanbesteden.

 

Vanuit de regio’s en vanuit particuliere initiatieven zijn al vele verduurzamings-projecten geïnitieerd en deels gerealiseerd. De Bouwagenda steunt elk initiatief van harte. Toch is het duidelijk dat deze projecten, hoe waardevol ook, onvoldoende zijn om de gigantische opgave te realiseren. Eem nationale en grootschalige aanpak noodzakelijk. Zonder deze brede aanpak is de doelstelling van het “Akkoord  van Parijs” onbereikbaar.

 

Grootschaligheid vergt een andere manier van denken: ‘Van maatwerk naar massa’. Dit mag uitdrukkelijk niet leiden tot een verschraling van het karakter van onze steden en van het platteland. De grootschaligheid moet leiden tot automatisering en robotisering van de bouw en installatie-processen, die de verduurzaming realiseren. Grootschaligheid moet eveneens de innovatie van de onderdelen van de verduurzaming stimuleren. Kortom: ‘Grootschaligheid leidt tot innovatie en die leidt op haar beurt tot kwaliteitsverbetering en kostenverlaging.’ Deze kostenverlaging is een absolute voorwaarde om de verduurzaming te kunnen betalen. Het streven is dat de verduurzaming woonkosten-neutraal gerealiseerd wordt. Daarom is in het Klimaatakkoord een kostenreductie van 20 tot 40 procent als doel geformuleerd.

 

'De trilogie schaal, innovatie, kostendaling was en is ons mantra.'

 

Enkele externe en onverwachte ontwikkelingen hebben de uitrol van grootschalige projecten verhinderd of vertraagd. Nederland kreeg te maken met de PFAS- en stikstof-dossiers. De wereld werd geconfronteerd met een pandemie van ongekende omvang. Ondanks deze vertragende factoren blijven de doelstellingen ongewijzigd. Het vertragen van de opwarming van de aarde is immers van levensbelang voor de toekomstige generaties.

 

Het is duidelijk dat deze immense opgave vraagt om een centrale regie, in combinatie met een regionale uitvoering. Het Rijk zal samen met de mede-overheden deze regie en de uitvoering moeten organiseren en uitvoeren. Hier wreekt zich dat onder druk van de bezuinigingsoperaties van de laatste decennia de uitvoeringscapaciteit van de ministeries kwalitatief en kwantitatief verzwakt is. Wij pleiten mede daarom voor een minister voor de Bouw en Ruimtelijke Ordening, die de gigantische verduurzamings-operatie in nauwe gelijkwaardige samenwerking met de andere overheden organiseert en uitvoert.

 

De weg via grootschaligheid en innovatie naar kostenverlaging is een moeilijke weg. Zonder vallen en weer opstaan zal het niet lukken. Ons initiatief, De Renovatieversneller, heeft alles in zich om in de huursector deze doelstelling te realiseren. Dat de eerste tranche van dit ondersteunings- en subsidieprogramma voor consortia van corporaties en bouwbedrijven moeizaam van de grond komt, is niet onverwacht. De samenwerking binnen consortia tussen woningbouwcorporaties is nieuw en gaat niet vanzelf. Ondanks de kinderziektes bij de eerste projecten, zijn alle betrokkenen ervan doordrongen dat De Renovatieversneller een uiterst belangrijk en nuttig instrument is op weg naar verduurzaming van de huursector.

'De weg via grootschaligheid en innovatie naar kostenverlaging is een moeilijke weg. Zonder vallen en weer opstaan zal het niet lukken.'

Ook het bedrijfsleven zal samen moeten werken om deze gigantische opgave te kunnen realiseren. De Bouwagenda heeft zich ingespannen om de innovatiekracht van het bedrijfsleven te combineren. Dit heeft geleid tot de oprichting van het Bouw en Techniek Innovatie Centrum (BTIC), waarin de branches, de kennisinstellingen en de overheid hun krachten bundelen. Ook de bundeling van de ICT kennis van alle betrokkenen in de DigiGo is een stap op de goede weg. Dit geldt ook voor het “platform bruggen” dat onlangs is opgericht: Een bundeling van krachten vanuit het bedrijfsleven, de kennissector en de overheid. Een bundeling die voorwaardelijk is voor de grote uitdaging waarvoor de “infrastructuur” staat.

 

De uitdaging om de gehele bouw en infrastructuur om te vormen naar een circulaire industrie is enorm. Het is een lastig en ingewikkelde opgave. De Bouwagenda heeft de “Transitieagenda Circulaire Bouweconomie” van harte gesteund. De transitieagenda zal voortgezet worden nadat de Bouwagenda haar werkzaamheden heeft beëindigd.

De grootste en moeilijkste uitdaging is de verduurzaming van de meer dan vier miljoen private woningen.
De woning is het kostbaarste bezit van de Nederlander. Ingrijpen in dit bezit is nauwelijks mogelijk in de Nederlandse verhoudingen. De private woning-eigenaar begrijpt heel goed dat de verduurzaming noodzakelijk is. Zijn medewerking zal hij echter alleen geven wanneer hij “verleidt” wordt door een optimale ontzorging en een betaalbare gebouw-gebonden financiering.

 

We zijn verheugd dat de komende tijd een viertal projecten opgestart worden om een publiek ontzorgings-model te testen. Dat daarbij ook een systeem getest wordt waarbij individuele woningen individueel digitaal in kaart gebracht worden om de optimale verduurzaming te realiseren, is een belangrijke en noodzakelijke “bijvangst”.

 

Wanneer wij terugkijken op de afgelopen vier jaar kunnen we constateren, dat de rails voor de Roadmaps en Thema’s  grotendeels aangelegd zijn, dat de locomotieven op de rails staan, maar dat deze nog wel op stoom moeten komen. De treinen die moeten gaan rijden naar de verduurzaamde gebouwde omgeving hebben nog wel een duw nodig.

Wij kijken dan ook met een gematigd positief gevoel terug op de vier “levensjaren” van De Bouwagenda. Toch moet de grote uitvoeringsoperatie nog op gang komen. De komende kabinetsperiode zal hiervoor cruciaal zijn.

 

De resultaten, die bereikt zijn, waren nooit bereikt zonder de inzet van de leden van de Taskforce. De bemensing op basis van deskundigheid is een goede keus geweest. Vanuit ieders deskundigheid is met vol enthousiasme gewerkt aan de doelstellingen van De Bouwagenda.

 

Een geolied en zeer gemotiveerd ondersteuningsteam heeft met grote inzet zeer substantieel bijgedragen aan de resultaten die bereikt zijn.

 

De Bouwagenda heeft optimaal gebruik kunnen maken van de deskundigheid van de leden van de Bouwcoalitie. Draagvlak voor deze opgaven is voorwaardelijk. Een brede deskundige groep van experts was een onmisbare hulp.

 

Tot slot zijn we onze “aandeelhouders”, de ministeries van BZK, I&W, EZK en Koninklijke Bouwend Nederland, dankbaar voor hun voortdurende steun en hulp.

 

De weg naar een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050, is een lange weg met veel hindernissen en obstakels. Dit neemt niet weg dat het doel onveranderd belangrijk is. De Bouwagenda hoopt een bijdrage aan het bereiken van dit doel gegeven te hebben.

 

De Taskforce.

© 2021 De bouwagenda