top of page

Claudia Reiner

Founding Father vertelt:

Bewegend beeld

De Bouwagenda is opgericht door 4 aandeelhouders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Koninklijke Bouwend Nederland. Techniek Nederland is vanaf de eerste dag ook een zeer betrokken partij geweest. Samen zagen zij dat er iets moest veranderen in de onderlinge samenwerking om de doelen van 2050 te kunnen halen. Hoe kijken zij zelf terug op de afgelopen jaren? Wat ging er goed? En wat viel er tegen?

Claudia Reiner: ‘Ik ben positief over de erfenis van De Bouwagenda. Er staan een aantal programma’s die langjarig doorgaan en dat was het doel.’

Synergie tegen versnippering

Als ik terugkijk naar hoe de brede ontwerp-, bouw- en technieksector opereerde bij de aanvang van De Bouwagenda dan kan ik stellen dat het landschap nog versnipperd was. Ik zag soms dingen gebeuren die me echt verbaasden. Ik heb een aantal jaren in de automotive-industrie gewerkt en daar was ik een enorme efficiëntie gewend. De ontwerp-, bouw- en technieksector is anders georganiseerd. Iedereen werkt van project naar project en is elke keer weer het wiel opnieuw aan het uitvinden, ook in de samenwerkingen met andere bedrijven uit de keten. Het nut en de noodzaak van betere samenwerking was inmiddels wel doorgedrongen. Maar de gemeenschappelijke weg ernaar toe was nog een zoektocht. Met wie, hoe en in welke mate van openheid. Open en transparant samenwerken is best spannend. Ik heb de indruk dat die versnippering minder is geworden omdat we, en dan bedoel ik ook de brancheorganisaties, elkaar beter hebben leren kennen door de gemeenschappelijk doelen binnen De Bouwagenda. Die agenda heeft ons als het ware heel dicht bij elkaar gebracht om samen te werken en daardoor is meer integraliteit en eensgezindheid ontstaan. Er is een soort synergie gekomen tussen de bouw- en technieksector. In elk geval top-down. Dat we nog dichter naar elkaar toe gekomen zijn als sectoren vind ik echt een winst. Dat gaan onze leden ook merken in hoe we in gezamenlijkheid de politiek tegemoet treden en onze belangen beter en ook steviger kunnen verdedigen. Op belangrijke dossiers zoals stikstof bijvoorbeeld. En dat was ook het doel van De Bouwagenda.

'Dat we zo dicht naar elkaar toe gekomen zijn als sectoren vind ik echt een winst. Dat gaan onze leden ook merken in hoe we in gezamenlijkheid de politiek tegemoet treden en onze belangen beter kunnen verdedigen.'

Dichterbij gekomen

Het intensiveren van de samenwerking in de gehele keten moest de sleutel zijn tot het veranderen van de bouw en technieksector. Ook het integraal samenwerken met de partners die niet altijd in beeld waren zoals architecten en ingenieurs is een winst. Er zat dus ook vanuit elke groep in de keten een afgevaardigde in de Taskforce. Mensen zo bij elkaar krijgen kan alleen - en dat is de kracht van Bernard - als je met een mandaat handelt. Er was een legitimatie voor ons handelen en er was mandaat vanuit de ministeries. Dat zorgde ervoor dat we verantwoording af moesten leggen. Dat is mijns inziens het logische pad naar de onderbouwing van onze resultaten. Dat dreef mij en de andere Taskforceleden ook om ervoor te gaan en uiterste inspanningen te verrichten.

Zoals ik zei, zijn de bouw- en technieksector nu dichter bij elkaar komen te staan. Ook de bedrijven en corporaties hebben elkaar gevonden door het werk van De Bouwagenda. Enkele consortia van bouwers en corporaties gaan binnen het programma De Renovatieversneller langjarig samenwerken om het corporatiebezit grootschalig te verduurzamen. Dit programma moet de komende jaren een aanjager zijn voor innovaties en systeemstappen op het gebied van verduurzamen binnen de huursector. Ik hoop van harte dat deze voorbeelden zullen werken als een olievlek, zodat er meer langjarige programmatische samenwerkingen ontstaan. Wanneer dat gebeurt ben je met elkaar, de brede ontwerp-, bouw- en technieksector, echt een sterker krachtenveld in de dialoog over de benodigde randvoorwaarden voor de gebouwde omgeving en het gesprek met de departementen. De intrinsieke motivatie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie voelen de departementen nu als een gedeelde last die wederzijdse samenwerking vraagt. Dit hebben we met name ervaren bij de eerste fase van de pandemie toen ons land in de eerste lockdown ging. We hebben het voor elkaar gekregen om samen met BZK een protocol ‘Samen veilig doorwerken’ te sluiten. Zo hebben we er samen voor gezorgd dat de sector niet op slot is gegaan. Dat had ermee te maken dat Bouwend Nederland en Techniek Nederland en de departementen elkaar heel snel wisten te vinden met de gezamenlijke doelen en de Roadmaps van De Bouwagenda in het achterhoofd.

Samenwerkingen smeden

De werkwijze van De Bouwagenda was het smeden van langjarige programmatische samenwerkingen die uiteindelijk geformaliseerd en geborgd zijn met een governance. En wij als Taskforceleden hebben in meerdere van die governancestructuren een plek gekregen. We zijn op persoonlijke titel betrokken geraakt bij De Bouwagenda, en gaandeweg vervaagden ook onze individuele belangen omdat we eigenlijk met z’n allen maar één belang delen: dat is de gebouwde omgeving verduurzamen. De zaken waar een breed programma zoals De Bouwagenda voor staat, kunnen soms schuren met de belangen van je achterban. Dat is spannend, want dan weet je dat je aan het vernieuwen bent. En vernieuwen is soms disruptief. Ik heb het meer dan eens aangedurfd om een lans te breken voor het gedachtengoed van De Bouwagenda binnen Techniek Nederland. En bij de andere Tasforceleden was dat niet anders. Dat waren met zorg geselecteerde mensen die stuk voor stuk een enorme invloed hebben gehad. Alle credits voor onze voorman Bernard. Hij is een bevlogen iemand met zo’n groot ondernemershart en mensenhart. Je bent bereid voor hem te rennen. Het onmogelijke mogelijk maken, dat was het adagium.

'De zaken waar een breed programma zoals De Bouwagenda voor staat, kunnen soms schuren met de belangen van je achterban. Dat is spannend, want dan weet je dat je aan het vernieuwen bent.' 

Adaptief zijn loont

Dan is het jammer dat er toch een aantal zaken niet zijn gelukt: het volume in aantallen verduurzaamde woningen en gebouwen en de schaal waarop er innovaties zijn ontwikkeld, daar hebben wij niet bereikt wat we beoogden. Wel hebben we initiatieven geborgd in programma’s die langjarig lopen met commitment van betrokken partijen. Denk dan aan het BTIC dat innovatie moet aanjagen, de Renovatieversneller die corporatiebezit op grote schaal renoveert, de digiGO die een digitale taal maakt voor de gehele keten om zo efficiënter te worden en beter te kunnen samenwerken. En als laatste voorbeeld: mensen maken de transitie: de Human Capital-agenda met een opleiding die past bij de praktijk van de energietransitie. Deze initiatieven hebben allemaal een governance, een toereikend budget en een gedragen plan. Dit zijn allemaal bouwstenen die belangrijk zijn om uiteindelijk tot de revolutie te komen. Al is het dat we langzamer gaan dan we wilden.

De pandemie en ook stikstof hebben namelijk effect gehad op ons werk. Wat we daarvan geleerd hebben is dat je permanent adaptief moet blijven. En dat je moet accepteren dat veranderingen doorvoeren soms volgens een geleidelijk pad en soms via een revolutionair pad gaan. Het is niet het een of het ander. Het tempo gaat soms niet zo rap als je zou wensen. Nu denk ik, al is het linksom of rechtsom, als we maar bij die stip aan de horizon komen. Die stip staat en daar gaat het om.

 

'Je moet accepteren dat veranderingen doorvoeren soms volgens een geleidelijk pad en soms via een revolutionair pad gaan.'

Een ander issue is dat het ministerie van BZK van hele goede wil is, maar het soms ook ontbreekt aan capaciteit. Als je geen sterk en goed geoutilleerd uitvoeringsapparaat hebt, kun je niet alle zaken die aandacht behoeven in de invasieve opgave van de gebouwde omgeving de snelheid in opvolging geven die het misschien nodig heeft. Om die transitie uiteindelijk te laten slagen moeten we uit de praatsfeer blijven en in de praktijk gaan doen. Daar is een sterk mandaat voor nodig en lef. Het is voor het ministerie en voor de markt lastig gebleken de ambities van een revolutie bij te benen. Het is nu afwachten welke kabinetsformatie er gaat komen en hoe de gebouwde omgeving past in de plannen. De gebouwde omgeving draagt bij aan het welzijn van onze maatschappij. Daarbij creëren we met de juiste keuzes en investeringen veel werkgelegenheid in deze voor onze economie cruciale fase. Groene banen en toekomstperspectief zijn juist nu, in de postcoronafase van groot belang. We zullen er alles aan doen om de samenwerking in stand te houden én deze in een bepaalde vorm te borgen, zodat de programma’s die er staan ook na De Bouwagenda levensvatbaar blijven.

bottom of page