Meer over dit onderwerp

Link naar artikel

Coalitiepartners

De hoofdrolspelers

Edim Hadziavdic

directeur Stadsbeheer Rotterdam

Albert Martinus

Taskforcelid van de Bouwagenda & Voorzitter bij Stichting Rondom GWW

Na 4 jaar De Bouwagenda moeten we concluderen dat samenwerken op deze manier een lange adem, en een constante investering vraagt. Albert Martinus, Taskforcelid van de Bouwagenda & Voorzitter bij Stichting Rondom GWW en Edim Hadziavdic, directeur Stadsbeheer Rotterdam, beiden betrokken bij het open MKB-Convenant Rotterdam, geven aan waarom zij zulke warme pleitbezorgers zijn van het samenwerken in vertrouwen en het MKB-Convenant.

 

Leer elkaar echt kennen

Albert: ‘Er is veel aandacht voor de top-down-oplossingen voor het aanjagen van de energietransitie zoals het veranderen van beleid, grootschalige programma’s en subsidieregelingen van de overheid. Maar het ‘goede samenwerken’ is wat mij betreft hetgeen dat gaat leiden tot het realiseren van de klimaatdoelen en de energietransitie. Omdat in intensieve samenwerkingen tussen de overheid en marktpartijen, waar men echt samen optrekt, samen leert en van elkaar weet wat er speelt, de nodige innovaties worden gedaan. Het optuigen van zo’n intensieve samenwerking is alleen een langdurig proces. En in dat proces is geen ruimte voor mooie woorden of loze beloften, maar behoefte aan concrete acties met daaraan verbonden eigenaarschap. Het doel is om stapsgewijs bewust te leren samenwerken, samen kennis te ontwikkelen en deze toe te passen binnen projecten. Je ziet dan dat organisaties aan beide zijden gaan veranderen in lerende organisaties die samen de enorme, maatschappelijke opgaven van de stad of regio in de toekomst aan kunnen. Samenwerken is dus niet: een paar mensen en instrumenten pakken en die bij elkaar plaatsen.’

 

Edim: ‘Daar ben ik het mee eens: je moet vanuit een gemeenschappelijke visie samenwerken. En je moet investeren in die samenwerking en elkaars organisaties. Wat Albert als laatst omschrijft, is ongericht samen optrekken. Dat kan gezellig zijn, maar dat levert niet altijd iets goeds op. Samenwerken vraagt dus om serieuze aandacht en een grote tijdsinvestering. Het voornemen, ‘We gaan samenwerken’, is nog maar een begin. Wij zijn nu in Rotterdam al 10 jaar bezig met het open MKB-Convenant waarin we intensief optrekken met bedrijven in de grond-, weg- en waterbouw en we merken dat we nu echt op een punt komen dat de samenwerking rendeert. Samenwerken is namelijk pas effectief wanneer je elkaar zo goed kent dat je van elkaar weet wat de sterke kanten zijn van de organisatie, wie de mensen zijn die er werken en wat de alledaagse praktijk van de samenwerkingspartner inhoudt. Dan snap je ook waarom mensen en organisaties op een bepaalde manier reageren en dat helpt om het vertrouwen op te bouwen om de samenwerking goed te houden.’

 

‘Samenwerken is namelijk pas effectief wanneer je elkaar zo goed kent dat je van elkaar weet wat de sterke kanten zijn van de organisatie, wie de mensen zijn die er werken en wat de alledaagse praktijk van de samenwerkingspartner inhoudt.’

 

‘Om even te schetsen wat voor organisatie Stadsbeheer Rotterdam is: aan Rotterdam kun je zien dat we in de wederopbouw van A tot Z een product zijn geworden van overheidshandelen. Dienst Gemeentewerken, voorganger van Stadsbeheer had gemeentelijke architecten, ingenieurs en uitvoerders in dienst. Alles gebeurde ‘inhouse’. Maar de tijden zijn veranderd. De innovaties en de kennis die we nu nodig hebben voor de enorme transities die we doormaken, kunnen we als Stadsbeheer niet bijbenen. We zijn gaan kijken naar waar onze krachten liggen. En dus zijn we een kleinere organisatie geworden die de grote lijnen uitzet. Het product waar we voor staan is helder: de burgers van Rotterdam een mooie en leefbare stad bezorgen. Om dat blijvend te kunnen leveren hebben we de competenties en de innovaties van de markt nodig. Wij besteden nu ca. 85 procent van ons werk uit aan externen. Dat zijn onze ketenpartners waar we jaar in jaar uit projecten mee doen. Ten gunste van deze mooie stad. We doen dat zuiver en conform alle aanbestedingsregels.’

 

Samen multiplyen

Albert: ‘Dat is heel belangrijk. Je ziet dat dit soort samenwerkingen vragen om transparantie en om goede afspraken. Want we moeten het wel zuiver en zakelijk houden. Wanneer je niet transparant bent over hoe je samenwerkt, wekt dat argwaan en stoot dat af. En dat is jammer, want we hebben elkaar als marktpartijen en overheid echt hard nodig om de opgaven te kunnen oplossen.’

Edim: ‘Dat klopt. Wij innoveren als Rotterdam zelf volop en we weten ondertussen wel dat we met onze, soms rare vragen, ook bij het mkb terecht kunnen. Een mooi voorbeeld: wij hebben 600.000 bomen in Rotterdam. Ik hoef niet te vertellen hoeveel bladval dat oplevert. Dat bladval wordt ervaren als niet-productief afval en gaat naar de afvalverwerking. Een collega bedacht om een machine te ontwikkelen om van gevallen blad mulch te maken, zodat we dat circulair kunt gebruiken. Als je dat als voornemen bedenkt, heb je nog een lange weg te gaan. Je moet een prototype maken, testen doen en dan gaan produceren. Dat proces hebben we met een mkb-bedrijf vormgegeven. Wij willen dat Rotterdam in 2050 circulair is en we willen de rest van Nederland in het proces daarnaartoe inspireren. En dat lukt. We zien dat er vanuit het hele land met belangstelling naar dat project gekeken wordt. En dat juichen wij toe. Bij voorkeur werken wij dan met een bedrijf dat met ons mee de boer op gaat met zo’n innovatief product. Kijk, in je eentje kun je als mkb’er niet heel Nederland bedienen. Dus dan is het mooi als zo’n ondernemer niet zijn kaarten op zijn borst houdt, maar ook zijn kennis deelt met andere ondernemers. Zo kunnen we elkaar inzetten als multiplier voor het grotere doel. Dat is wel de mentaliteit die wij van de mkb-bedrijven vragen.’

‘Bij voorkeur werken wij met bedrijven samen die met ons mee de boer op gaan met een innovatief product. In je eentje kun je als mkb’er niet heel Nederland bedienen. Dan is het mooi als hij zijn kennis deelt met andere ondernemers. Zo kunnen we elkaar inzetten als multiplier voor het grotere doel.’

 

Onbaatzuchtig ondernemen

Albert: ‘Ik ben een groot pleitbezorger van onbaatzuchtigheid en het delen van kennis. Bedrijven in de bouwsector zitten vaak op hun kennis, houden de kaarten voor de borst. In tegenstellig tot wat zij vaak denken gaat dat juist ten koste van je concurrentiepositie. Stel, je zegt in 2050 is Rotterdam gasloos. Dan moeten er vanaf nu op de kop af 10.000 woningen per jaar van het gas af. We beschikken in deze regio nu helemaal niet over de resources om dit te kunnen doen. Het is zoveel werk, als je dit project reëel aanvliegt, zijn bedrijven dus helemaal geen concurrent. Er is voor iedereen meer dan genoeg te doen. En als je dat werk nou met elkaar doet en inzichten deelt, dan kom je als sector veel verder. En bovendien kun je in gezamenlijkheid ook op andere manieren bijdragen aan een betere stad. Omdat we strategisch partner zijn van Rotterdam geeft dat ons, in mijn ogen, ook een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het welzijn van de bewoners. 60 Procent van de basisschoolleerlingen in Rotterdam- Zuid heeft momenteel geen perspectief op werk. In Den Haag ligt dat percentage zelfs hoger. Daar kunnen we als stad en mkb samen wat aan doen. Rotterdam investeert de komende jaren enorme bedragen in de gebouwde omgeving, in de vergroening, klimaatadaptatie, rioolvervanging, de energietransitie, circulair bouwen en emissieloos werken. Dit zijn enorme kansen voor het mkb die deze grote opgaven mede mogen realiseren. Maar ze moeten ook de handjes hebben óm te kunnen helpen. Weeg in je bedrijfsmodel voortdurend het sociale, humane en commerciële tegen elkaar af, dan levert return of investment een bijdrage aan het welzijn van de burgers en minder probleemwijken op.’

 

‘Omdat we strategisch partner zijn van Rotterdam geeft dat ons, in mijn ogen, ook een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het welzijn van de bewoners.’

 

‘Strategisch partner van elkaar zijn gaat dus over meer dan alleen over bouwen. Dat is ook de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opgaven van de opdrachtgevers die wij als bouwsector en specifiek de mkb-ondernemers hebben. We laten vaak niet zien wat we doen. Het lijkt op een gat graven, leidingen verleggen en het gat weer dichtgooien. Maar juist dat werk draagt bij aan de oplossing van grote maatschappelijke opgaven met een enorm grote toegevoegde waarde voor de burgers.’

 

Edim: ‘Ik roep bij deze de mkb-bedrijven in de bouw op om meer trots te hebben voor het werk dat ze doen. Jullie scoren te vaak zonder te juichen. Doe daar wat aan, want als je zelf niet uitstraalt wat het belang van je werk is, dan ziet de buitenwereld dat ook niet.’

 

Albert: ‘Het is goed dat je dat zegt. Dit is ook wel een probleem van de sector. Maar het helpt als je als opdrachtgever ons uitdaagt om anders naar ons werk te kijken. Zo hou je elkaar in de samenwerking ook een spiegel voor en helpen we elkaar vooruit.’

Aanbevelingen

  • Er is best vertrouwen tussen medewerkers van opdrachtgevers en opdrachtnemers maar: angst om binnen de eigen organisatie “afgerekend” te worden is grootste belemmering voor opdrachtgevers om samen met opdrachtnemers een lerende keten op te bouwen.

  • Verduur Samen: bewust leren samenwerken, samen kennis ontwikkelen, samen de maatschappelijke opgaven omarmen en lerend vermogen opbouwen om integraal vanuit vakmanschap, kennis en innovatie, fysieke opgaven duurzaam te realiseren.

  • Borging vanuit regio’s door onderscheid te maken binnen de sector tussen bouw en infra. Er is op het gebied van infra geen opleidingsstructuur, noch landelijk noch regionaal.

  • Daar zou de gezamenlijke inspanning naar uit moeten gaan van overheid en marktpartijen. Lerend vermogen opbouwen en lerende organisaties ontwikkelen stelt ons in staat om de opgaven vanuit bijvoorbeeld klimaatverandering, vervangingsopgave bruggen & sluizen, rioolvervanging, vergroening, energietransitie, circulair bouwen en emissievrij werken aan te gaan.

  • Vanuit de MKB-Convenanten kan deze regionale opleidingsstructuur worden opgezet in de samenwerking tussen de driehoek, overheid, markt en kennis.

Opdrachtgevers en MKB bedrijven samen op weg naar een stad met veerkracht

In elke Roadmap van De Bouwagenda stuurden we op samenwerken en leren. En dat is niet voor niets. In de bouwsector zijn we namelijk gewend te denken in een ‘wij-zij-cultuur’. Er wordt soms vergeten dat we samen ergens voor staan. We kunnen leren uit eerdere ervaringen en het de volgende keer samen slimmer doen. Dat kan opdrachtgevers en opdrachtnemers dus juist verder helpen in de opgaven die hen bindt. Zeker als je dat werken en leren samendoet en op de langere termijn doet met als basishouding: vertrouwen. Maar hoe pak je zo’n intensieve samenwerking op? De Bouwagenda is aanjager geweest van het ‘open MKB-Convenant’. Dit zijn convenanten die afgesloten zijn tussen gemeenten en een aantal lokale en regionale mkb-bedrijven in de grond-, weg-, en waterbouw. Die Convenanten bieden een soort ‘spoorboekje’ om die samenwerking inhoud te geven.

Interview Albert Martinus & Edim Hadziavdic

© 2021 De bouwagenda