De hoofdrolspeler

Alida Oppers

directeur-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De versnelling in de verduurzaming van schoolgebouwen die De Bouwagenda bepleit, is zeer wenselijk. Onze kijk op hoe je dit zou moeten bereiken, verschilt alleen significant met die van De Bouwagenda. Alles rondom het verduurzamen van scholen is 100% gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de renovatie en nieuwbouw van scholen en scholen zelf zorgdragen voor het onderhoud aan hun gebouwen. De Bouwagenda roept om centrale regie. Dat botst met onze ideeën en zorgt ervoor dat we niet op één lijn komen. Ik durf te stellen dat de praktijk laat zien dat decentrale regie werkt. In de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Loppersum en Midden-Groningen hebben schoolgebouwen last van de gevolgen van aardbevingen. Voor de versterking van deze gebouwen is een speciaal scholenprogramma ontwikkeld. Dit programma wordt volledig getrokken door gemeenten en scholen. Het programma richt zich op het versterken van het gebouw en het herstel van aardbevingsschade en anticipeert daarnaast op de gevolgen van krimp, de leerlingendaling, het onderwijsaanbod in de regio en de huidige eisen die gesteld worden aan schoolgebouwen. Kortom, in Groningen bewijzen ze dat het kan.’

'In het klimaatakkoord hebben alle partijen hun handtekening gezet onder het doel de hele scholenvoorraad aan te pakken en klimaatneutraal te maken. Dat moet in de komende dertig jaar gebeuren.'

Wetsvoorstel moet verduurzaming impuls geven

‘Het grote probleem dat er voor zorgt dat we niet verder kunnen, is een gebrek aan geld. Er is de afgelopen tien jaar enorm gedesinvesteerd bij gemeenten. Er wordt geworsteld met omvangrijke takenpakketten -onder meer door de decentralisatie van de jeugdzorg - en dan zie je dat de keuze valt op het investeren in mensen en niet in stenen. Het gemeentefonds is nu eenmaal één grote pot geld en de gemeente is vrij in haar bestedingskeuze. Er is dus geen gelabeld geld voor scholenbouw. Ik beweer dan ook niet dat het stelsel optimaal werkt. Integendeel, het werkt niet goed genoeg. Daarom dienen wij op korte termijn een wetsvoorstel in dat ervoor moet zorgen dat de planvorming voor alle schoolgebouwen van de grond komt. Er moet een integrale aanpak vanuit gemeenten en schoolbesturen komen waarbij voor elk pand inzichtelijk wordt wat de kwaliteit is en wanneer de verduurzaming plaats gaat vinden. Het wetsvoorstel heeft tot doel om de planning en uitvoering van de verbeterslag in het onderwijsvastgoed beter beheersbaar te maken.

 

Zowel de planning als het budget moeten voorspelbaar worden, zodat scholen beter dan nu weten waar ze aan toe zijn als het om huisvesting gaat. Het voorstel bevat de volgende elementen:

  • Een verplicht gemeentelijk Integraal Huisvestingsplan voor schoolgebouwen, waarbij projecten voor vier jaar worden vastgelegd en een doorkijk wordt geboden op de twaalf jaar daarna.

  • Renovatie wordt als begrip vastgelegd in de wet, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor renovaties waarbij meer dan 25 jaar levensduurverlenging wordt gerealiseerd.

  • Nuancering van het investeringsverbod in het PO, waardoor schoolbesturen makkelijker kunnen mee investeren in de renovatie van hun school om zo de gewenste kwaliteit van het gebouw te bereiken.

  • De onderhoudsplanning van de scholen worden afgestemd op de renovatie/nieuwbouwplanning van de gemeente door scholen te verplichten hun meerjarenonderhoudsplan inzichtelijk te maken.

 

Nogmaals, Groningen bewijst dat het kan. Met de impuls die het wetsvoorstel veroorzaakt, verwacht ik ook in andere gebieden actie op dit dossier.’

'De Bouwagenda roept om centrale regie. Dat botst met onze ideeën en zorgt ervoor dat we niet op één lijn komen.'

 

Urgentie

‘De scholenvoorraad ziet er slecht uit. Het dossier is dan ook terecht op de agenda van De Bouwagenda terecht gekomen. De urgentie is helder. Alleen legt dit vraagstuk het bij gemeenten af tegen nog hogere urgenties. Maar we hebben ook nog een Klimaatakkoord. In dat akkoord hebben alle partijen hun handtekening gezet onder het doel de hele scholenvoorraad aan te pakken en klimaatneutraal te maken. Dat moet in de komende dertig jaar gebeuren. Ook hier is geld een issue. Er is precies núl euro bij gelegd. En toch zijn er kansen. Ik denk dat wanneer je de klimaatopgave op gemeenteniveau aanpakt, het onafwendbaar is dat scholen hierin meegaan. We hebben samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken gekeken naar pilotwijken om de scholen die zich in deze gebieden bevinden mee te nemen in de aanpak. Wat dat betreft biedt de transitie kansen om ook de verduurzaming van scholen te realiseren. En er is nóg een issue en dat heeft alles te maken met het lerarentekort. Veel scholen streven naar de ontwikkeling van innovatieve onderwijsconcepten. Een traditioneel schoolgebouw echter, leent zich niet voor vernieuwing in het onderwijs. Terwijl die innovatie echt nodig is om met minder mensen goed onderwijs te blijven geven. Kortom: het huidige gebouwenbestand zit innovatie in de weg.’

Andere blik op scholen

Gemeenten en schoolbesturen zijn in zowel het primair als het voortgezet onderwijs gezamenlijk verantwoordelijk voor zo’n tienduizend schoolgebouwen. De kwaliteit van veel van deze gebouwen laat op verschillende aspecten te wensen over: het binnenklimaat is door hoge CO2-concentraties slecht te noemen, de energierekeningen rijzen de pan uit en de indeling van de traditionele gebouwen staan innovatief onderwijs in de weg. ‘De aandacht die de Bouwagenda heeft gegenereerd voor de renovatie van het scholenbestand heeft geholpen om het onderwerp scholenhuisvesting ook bij ons hoger op de agenda te krijgen’, vertelt directeur-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Alida Oppers.

Interview Alida Oppers

© 2021 De bouwagenda