De Bouwagenda blikt terug

Op 29 november 2016 werd de kamerbrief ‘De Bouwagenda’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Initiatiefnemers waren de ministers van Economische Zaken, van Infrastructuur én Milieu en voor Wonen en Rijksdienst (deze minister was belast met een aantal beleidsterreinen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Zij stelden De Tweede Kamer met deze brief op de hoogte van de ontwikkeling van De Bouwagenda: Een ambitieus en meerjarig samenwerkingsprogramma met alle relevante partijen in de bouwketen: Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, bouwbedrijven, installatiebedrijven, woningcorporaties, projectontwikkelaars, architecten, ingenieurs, toeleverende industrie, kennisinstellingen en de financiële sector. Dit samenwerkings- programma onder leiding van Bernard Wientjes en met als 4e aandeelhouder Bouwend Nederland, moest alle kennis van voorgaande initiatieven om de bouwsector klaar te stomen voor het werk aan grote maatschappelijke opgaven bundelen.

© 2021 De bouwagenda

Want de roep om vernieuwing in de bouwsector was op dat moment niet nieuw. Zo was er al een Regieraad Bouw opgericht, een Routekaart Bouw gemaakt, een Actie Agenda Bouw geschreven en de Vernieuwing Bouw (een netwerkorganisatie van en voor opdrachtgevers en opdrachtnemers) opgericht. Alleen hadden al die waardevolle initiatieven niet altijd genoeg samenhang en bleef grootschalige vernieuwing in de praktijk moeizaam. Het idee was om de geleerde lessen en kennis van voorgaande initiatieven samen te voegen in een agenda die in de praktijk resultaten zou opleveren en daarom ook niet alleen een agenda moest maken, maar ook vier jaar lang de randvoorwaarden voor die vernieuwing zou gaan creëren. Sterker nog, die de randvoorwaarden voor een een revolutie moest verzorgen.


De aanleiding

En waarom was dat op dat moment belangrijk? Het werd voor alle partijen steeds helderder dat om de nieuwe maatschappelijke uitdagingen aan te gaan zoals de energietransitie, de circulaire bouweconomie, de vervanging en renovatie van onze infrastructuur én de verduurzaming van alle woningen, er een structurele verandering nodig was in de manier waarop we bouwen en renoveren. Want die gecombineerde opgaven zijn enorm en moesten betaalbaar blijven voor de burger en behapbaar blijven voor de bouwketen. De overheid had dus een sterke bouwsector nodig en de bouwsector had in de overheid een partner nodig om te helpen koers te bepalen en randvoorwaarden te verzorgen. De overheid kan als opdrachtgever namelijk zeer sturend zijn om te komen tot een grootschalige en continue bouwstroom. En kan randvoorwaarden als subsidie op innovatie realiseren. Maar in ruil daarvoor moet de bouwsector dan op een geïndustrialiseerde manier gaan werken en denken. Iets dat in de bouwsector, die erg versnipperd is door een veelheid aan bedrijven en een grote keten, lastig voor elkaar te krijgen is.

Om dit wel te bewerkstelligen moest de bouwsector in gezamenlijkheid een sprong maken van aanbod- naar vraagoriëntatie, van nieuwbouw naar vernieuwbouw, het ontwikkelen van nieuwe financieringsmodellen en circulaire businessmodellen en het beter benutten van de mogelijkheden van ICT en digitalisering.


De doelen

Met als concrete stippen op de horizon:

  • In 2050 moet conform het Parijsakkoord de gebouwde omgeving energieneutraal zijn

  • In 2050 moet Nederland een volledig circulaire bouweconomie hebben

  • Door een hogere kwaliteit van bouwen op een geïndustrialiseerde manier moest de arbeidsproductiviteit stijgen.


De sleutel voor dit alles was een intensievere samenwerking smeden tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers, tussen partijen in de bouwketen, maar ook met kennisinstellingen. Want alleen als je al je kaarten op tafel legt, elkaar vertrouwt en je kennis structureel met elkaar deelt krijgen innovatieve ideeën en producten de ruimte. En daarmee sturen die een samenwerking op de trilogie schaalgrote, innovatie en kostendaling.


Opschaling, innovatie, kostendaling

Op alle Roadmaps en Thema’s hebben gewerkt volgens die gedachtenlijn: opschaling, innovatie, kostendaling. Want als we deze opgaves zouden aanpakken met de huidige wijze, gaat het nooit snel genoeg lukken en wordt het veel te duur. En krijgen de criticasters gelijk.

 

Om de maatschappelijke opgaven aan te kunnen zijn innovaties nodig. Dat kunnen product of procesinnovaties zijn: hoe krijgen we het voor elkaar dat mensen hun huis gaan verduurzamen? Of, we hebben meer energiezuinige, betaalbare en zuinige warmtepompen nodig.

 

Deze innovaties moeten gedaan worden, maar innoveren op producten en het perfectioneren van processen kost tijd en geld. Om innovaties betaalbaar te krijgen, dus om de kosten te laten dalen is volume nodig. Volume geeft producenten het vertrouwen om te investeren voor de lange termijn. Alleen wanneer het duidelijk is dat er een afzetmarkt is voor een innovatie durft een bouwer zijn nek uit te steken. En daar is de overheid aan zet: door keuzes te maken over waar we de komende 10 jaar mee aan de slag gaan en waar daarna en door als launching partner op te treden. Dat geeft vertrouwen aan de bouwketen, maar stuurt ook de keuzes die de consument maakt in het aanschaffen van verduurzamingsmaatregelen.

 

Voor dit alles is een goede samenwerking tussen bedrijven uit de bouwketen, kennisinstellingen en de overheid broodnodig. Vandaar dat De Bouwagenda op alle onderwerpen heeft gekeken wie er op welke onderwerpen met elkaar aan tafel moeten komen om op een Roadmap of Thema tot een resultaat te komen. We hebben samenwerkingen gesmeed die uiteindelijk moeten zorgen voor een programmatische aanpak waarin schaal en innovatie leiden tot kostendaling. Samenwerkingen waar partijen vertrouwen hebben in elkaar en vanuit de opgave optrekken, niet vanuit hun eigen belang of agenda. Die vorm van samenwerken maakt of kraakt de verduurzamingsopgave.

 

Organogram

Zo’n samenwerking werd op microniveau gesmeed binnen het programmateam van De Bouwagenda met mensen van onder andere Bouwend Nederland, RVO, Rijkswaterstaat, het ministerie van EZK en de TU Eindhoven. Dit team had hiermee een geweldige hoeveelheid kennis op zak van de verschillende ‘umvelden’. 

 

Maar ook in de Taskforce van De Bouwagenda waren 13 mensen van alle geledingen in de bouw om hun expertise en invloed op persoonlijke titel betrokken.

 

En ook in de Bouwcoalitie stond die integrale samenwerking centraal. 50 Partijen uit de volle breedte van de sector, ook andere overheden, kennisinstellingen en vertegenwoordigers van bedrijven hebben zich achter De Bouwagenda geschaard en meegewerkt aan de initiatieven die voortkwamen uit onze Roadmaps en Thema’s. De gerealiseerde  initiatieven: organisaties die zijn opgericht om een deel van de opgave aan te pakken, gaan uiteindelijk het verschil maken in de praktijk.