Jan Hendrik Dronkers

Founding Father vertelt:

Bewegend beeld

De Bouwagenda is opgericht door 4 aandeelhouders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Koninklijke Bouwend Nederland. Techniek Nederland is vanaf de eerste dag ook een zeer betrokken partij geweest. Samen zagen zij dat er iets moest veranderen in de onderlinge samenwerking om de doelen van 2050 te kunnen halen. Hoe kijken zij zelf terug op de afgelopen jaren? Wat ging er goed? En wat viel er tegen?

Gecombineerde opgaven
Waarom is die Bouwagenda er gekomen? Als je kijkt naar de transities die we nu hebben, de energie- en de klimaattransitie, maar ook als je kijkt naar het aantal mensen dat goed moet kunnen wonen en leven in Nederland, dan moeten we zorgen dat we onze infrastructuur en gebouwen goed onderhouden en renoveren. Het is nu, 70 à 80 jaar na de wederopbouw, tijd om al die bouwwerken die we toen hebben neergezet, te gaan vervangen of renoveren. Dat moeten we doen, willen we een functionerend land blijven. De welvaart en het geluk van de mensen hangen namelijk voor een groot deel af van hoe we met onze leefomgeving omgaan.

 

Naast dat we wegen en gebouwen moeten vernieuwen, wonen we ook nog eens in een delta. Veiligheid tegen overstroming, een goede watervoorziening en ruimte voor de landbouw zijn ook nog eens thema’s die we moeten meenemen in onze opgave. Hoe we als overheid en de bouw met elkaar omgingen, dat was niet toereikend om deze gecombineerde taken op te kunnen pakken. En wat doe je als het schip niet zelf de haven bereikt? Dan maak je een buitenboordmotor. En die buitenboordmotor was De Bouwagenda. Om een beetje vaart te maken heeft zo’n bootje wel heel veel PK nodig. Dat zat bij Bernard Wientjes wel goed. Ik herinner me de bijeenkomst in het begin. Enthousiasme spatte ervan af bij dat hele kleine Bouwagenda-team.

 

'De maakbaarheid van het halen van resultaten bleek weerbarstiger dan verwacht. Dat is niet zo gek. Als je de bouw kent.' 

Kijk, iedereen wist en weet ook wel dat het veranderen van de bouw een ‘dingetje’ is. Iedereen die betrokken was bij De Bouwagenda zag dat er veel moest gebeuren. Maar de opgave was helder en de wil om aan de slag te gaan was er bij de betrokken partijen. Ik denk wel dat we hadden verwacht dat innovaties sneller opgeschaald zouden worden en we hadden meer verwachting van grootschalige programma’s die nu door De Bouwagenda zijn opgestart. Maar de maakbaarheid van het halen van resultaten bleek weerbarstiger dan verwacht. Dat is niet zo gek. Als je de bouw kent. Maar als je met een nieuw elan begint kun je je daarin vergissen.

 

Hoe gaan we verder 

Het intensief samenwerken op de opgaven is moeilijker gebleken in de gebouwde omgeving dan op het infra-terrein. Daar zijn de projecten over het algemeen al groot. Als je dat gewend bent is het makkelijker om in grootschaligheid te denken. En de bouwsector is daarnaast zo enorm en ook enorm versnipperd. Het meekrijgen van alle mensen in je plannen is dan uitermate arbeidsintensief. Dat is werk van de lange adem en doorzetten. Ik vind wel dat we mild moeten zijn. Als je kijkt naar hoe de bouwsector 10 jaar geleden in de wedstrijd zat en je ziet hoe bedrijven nu werken en innoveren, dan zijn we echt wel opgeschoten. De Bouwagenda eindigt, maar de opgave stopt niet. We schakelen alleen die extra buitenboordmotor uit.

 

Bovendien kunnen we verder met de Roadmaps en de Thema’s die door De Bouwagenda zijn gemaakt. Ze geven helder weer wat de opgaves in de bouw zijn. Daar kunnen we op doorbouwen. En er is een Bouw en Techniek Innovatiecentrum gekomen. Net als een DigiGO, een Transitieagenda circulaire bouweconomie. Er is op het onderwerp Bruggen en Sluizen een programmatische samenwerking tussen de Provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat opgestart. Dit krijgt een vervolg bij de Bouwcampus. Dus ik denk dat toenadering in de driehoek ‘kennisinstellingen, overheid en bouwers’ wel echt tot stand is gekomen. Nu moeten we als opdrachtgevers en opdrachtnemers verder op eigen kracht.

 

'Ik denk dat toenadering in de driehoek ‘kennisinstellingen, overheid en bouwers’ wel echt tot stand is gekomen. Nu moeten we als opdrachtgevers en opdrachtnemers verder op eigen kracht.'

Of dat lukt? Het zal moeten. De doelen die we hebben zijn helder. We moeten het nu met zijn allen doen. Als je jezelf afvraagt: kan ik het? Dan kom je nergens, want niemand kan dit alleen.

 

Samenwerken is key 

De samenwerking tussen markt en overheid is dus beter geworden de afgelopen jaren, maar je moet scherp zijn. Zo’n geweldig fitte markt is de bouw niet. De arbeidsproductiviteit moet omhoog. Daar moeten we wat aan doen door te digitaliseren en robotiseren. En we moeten toe naar een betere risicoverdeling waarbij opdrachtgevers en opdrachtnemers eerlijk en open naar elkaar uitspreken wat er mis kan gaan in een bouwproces en bepalen wie waarvoor financieel verantwoordelijk is. Nu gebeurt dat te weinig met als gevolg dat bedrijven en opdrachtgevers elkaar regelmatig treffen in de rechtszaal. Dat gedrag dat de bouw kenmerkt, waar iedereen de kaarten op de borst houdt, brengt ons niet verder. We moeten meer zachte kanten en kwetsbaarheid inbouwen in het aanbestedingsproces. Durf hulp te vragen en je daarin open te stellen. In je eentje kun je nooit alle antwoorden hebben. Samen heb je meer kans dat je iets weet.

 

Deze enorme en gecombineerde opgave vraagt van ons dat we onszelf als land in het samenwerken weer opnieuw uitvinden. Dat hoort bij Nederland. We hebben in het verleden bewezen dat we tot grote transities in staat zijn. Denk aan de wederopbouw, het aansluiten van alle woningen op aardgas. Ik ben er dus optimistisch over dat we dit ook kunnen. Maar ik sluit niet uit dat we over 5 jaar misschien weer zo’n extra motor nodig hebben.

© 2021 De bouwagenda